Als financieel adviseur krijg je te maken met twee soorten WFT-examens: het reguliere initieel examen en het PE-examen (Permanente Educatie). Hoewel beide verplicht zijn, verschillen ze behoorlijk van elkaar.
Het reguliere WFT-examen
Het reguliere (initieel) WFT-examen leg je af om je vakbekwaamheid aan te tonen. Dit is het examen dat je doet als je voor het eerst een WFT-diploma wilt behalen. Het toetst de volledige stof van een module: wet- en regelgeving, productkennis en adviesvaardigheden.
Het examen bevat 50 vragen en duurt maximaal 100 minuten. De slaagnorm is 68%. Je kunt dit examen zo vaak herhalen als nodig.
Het PE-examen
Het PE-examen is bedoeld om je vakbekwaamheid te onderhouden. Elke drie jaar moet je voor elke module waarvoor je een diploma hebt een PE-examen afleggen. Het PE-examen toetst alleen de actuele wijzigingen in wet- en regelgeving — niet de volledige stof.
Het PE-examen is korter (meestal 30 vragen, 60 minuten) en heeft dezelfde slaagnorm van 68%. Het is over het algemeen minder zwaar dan het initieel examen, mits je op de hoogte bent van recente wijzigingen.
Belangrijkste verschillen op een rij
De kern van het verschil: het initieel examen toetst de volledige basiskennis, het PE-examen toetst alleen actuele ontwikkelingen. Het initieel examen doe je eenmalig per module, het PE-examen elke drie jaar.
Verder zijn er praktische verschillen: het PE-examen heeft minder vragen, een kortere tijdsduur en wordt als minder zwaar ervaren. Maar onderschat het niet — als je niet bijblijft met de actualiteit, kun je alsnog zakken.
Belangrijk: als je je PE-examen niet op tijd haalt, verlies je je vakbekwaamheid en mag je niet meer adviseren in die module. Je werkgever is hiervoor medeverantwoordelijk.