Flashcards Hypothecair Krediet
16 begrippen — draai de kaart, beoordeel jezelf en herhaal wat je nog niet kent.
Alle 16 begrippen — Hypothecair Krediet
Hieronder vind je een overzicht van alle begrippen en definities uit deze flashcardset.
- Annuiteitenhypotheek
- Een hypotheekvorm waarbij je elke maand hetzelfde totaalbedrag betaalt. In het begin betaal je veel rente en weinig aflossing, later verschuift dit.
- Lineaire hypotheek
- Een hypotheekvorm waarbij je elke maand hetzelfde bedrag aflost. De maandlast daalt doordat het rentebedrag steeds kleiner wordt.
- Hypotheekrenteaftrek
- Het fiscale voordeel waarbij betaalde hypotheekrente aftrekbaar is van de inkomstenbelasting. Sinds 2013 alleen bij annuitair of lineair aflossen.
- NHG
- Nationale Hypotheek Garantie. Een garantie van het Waarborgfonds Eigen Woningen die beschermt tegen restschuld bij gedwongen verkoop. Geeft rentevoordeel van 0,3-0,6%.
- Loan-to-value (LTV)
- De verhouding tussen de hypotheek en de woningwaarde. In Nederland maximaal 100%: je mag niet meer lenen dan de woning waard is.
- Loan-to-income (LTI)
- De verhouding tussen de hypotheek en het inkomen. NIBUD-normen bepalen hoeveel procent van je inkomen je maximaal aan woonlasten mag besteden.
- Eigenwoningforfait
- Een percentage van de WOZ-waarde van je woning dat bij je inkomen wordt opgeteld voor de inkomstenbelasting. Wordt verrekend met de hypotheekrenteaftrek.
- Restschuld
- Het bedrag dat overblijft als de verkoopprijs van de woning lager is dan de openstaande hypotheek. NHG kan hiertegen beschermen.
- Overlijdensrisicoverzekering (ORV)
- Een verzekering die een bedrag uitkeert bij overlijden van de verzekerde. Vaak verplicht bij een hypotheek om de partner financieel te beschermen.
- WOZ-waarde
- De waarde van een woning volgens de Wet waardering onroerende zaken. Wordt jaarlijks vastgesteld door de gemeente en is basis voor belastingen.
- Rentevaste periode
- De periode waarvoor de hypotheekrente vaststaat. Na afloop wordt een nieuwe rente vastgesteld op basis van de dan geldende marktrente.
- Taxatie
- Een onafhankelijke waardebepaling van een woning door een gecertificeerd taxateur. Verplicht bij het afsluiten van een hypotheek.
- Boetevrij aflossen
- Het recht om extra af te lossen zonder boeterente. Meestal mag je jaarlijks 10-20% van de oorspronkelijke hypotheeksom boetevrij aflossen.
- NIBUD-normen
- De normen van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting die bepalen hoeveel je maximaal mag lenen op basis van je inkomen en de rente.
- Overdrachtsbelasting
- De belasting die je betaalt bij de aankoop van een woning. Voor woningen momenteel 2%, met vrijstelling voor starters tot een bepaalde grens.
- Notaris
- De onafhankelijke functionaris die de hypotheekakte en leveringsakte opstelt en inschrijft bij het Kadaster. Verplicht bij woningtransacties.
Hoe werken de flashcards?
Elke kaart toont een begrip uit de module Hypothecair Krediet. Tik op de kaart om de definitie te zien. Beoordeel daarna eerlijk of je het begrip al kende. Begrippen die je nog niet kent komen terug in een volgende ronde, zodat je gericht oefent op je zwakke punten.
Deze methode heet actief ophalen (active recall) en is een van de meest effectieve leertechnieken. In combinatie met herhaling leer je de stof sneller en onthoud je het langer.