De Algemene Ouderdomswet (AOW) vormt de eerste pijler van het Nederlandse pensioenstelsel. Iedere inwoner van Nederland bouwt automatisch AOW-rechten op. De AOW biedt een basisinkomen na het bereiken van de AOW-leeftijd. Maar hoeveel krijg je precies, en wanneer?
De AOW-leeftijd
De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop je recht hebt op AOW. Deze leeftijd is de afgelopen jaren stapsgewijs verhoogd en is momenteel 67 jaar. Vanaf 2028 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.
De verhoging van de AOW-leeftijd was nodig om het stelsel betaalbaar te houden. Mensen leven langer en de verhouding tussen werkenden en gepensioneerden verschuift. Door de AOW-leeftijd te verhogen, werken mensen langer en ontvangen ze korter AOW.
Opbouw van AOW-rechten
Je bouwt AOW op in de 50 jaar voor je AOW-leeftijd. Elk jaar dat je in Nederland woont of werkt, bouw je 2% AOW-recht op. Na 50 jaar heb je recht op de volledige AOW.
Als je een periode in het buitenland hebt gewoond, kun je een AOW-gat hebben. Voor elk jaar dat je niet verzekerd was, wordt je AOW met 2% gekort. Dit kan een aanzienlijk verschil maken in je uiteindelijke uitkering.
Bedragen en uitkeringsvarianten
De hoogte van de AOW is gekoppeld aan het minimumloon en wordt twee keer per jaar aangepast. Er zijn drie varianten: voor alleenstaanden, voor samenwonenden/gehuwden, en voor een alleenstaande ouder met een kind onder 18.
Alleenstaanden ontvangen een hogere AOW dan samenwonenden, omdat zij alle woonlasten alleen dragen. De exacte bedragen worden gepubliceerd door de SVB (Sociale Verzekeringsbank).
AOW en het WFT Pensioen examen
De AOW is een vast onderdeel van het WFT Pensioen examen. Je moet de opbouwregels kennen, weten hoe AOW-gaten ontstaan en wat de gevolgen zijn. Daarnaast moet je de samenhang begrijpen tussen AOW en het werkgeverspensioen.
Veel examenvragen gaan over situaties waarin een klant een AOW-gat heeft of eerder wil stoppen met werken dan de AOW-leeftijd. Je moet kunnen adviseren hoe deze situaties financieel op te vangen zijn.