Het WFT Basis examen is verplicht voor iedereen die in de financiele dienstverlening werkt en direct klantcontact heeft. Het vormt de basis van het WFT-stelsel — je hebt dit diploma nodig voordat je kunt doorstromen naar specialisatiemodules. In deze examengids beschrijven we wat je kunt verwachten.
Opbouw van het examen
Het WFT Basis examen bestaat uit 40 meerkeuzevragen die je in 60 minuten moet beantwoorden. De slaagnorm is 68%. Dat betekent dat je minimaal 27 van de 40 vragen goed moet beantwoorden om te slagen.
De vragen zijn verdeeld over kennistermen (feitenvragen), begripsvragen (toepassing van kennis) en vaardigheidscases (praktijksituaties). De vaardigheidscases leveren meer punten op en wegen daarom zwaarder.
Onderwerpen die aan bod komen
Het WFT Basis examen bestrijkt een breed scala aan onderwerpen. De belangrijkste thema's zijn: de werking van de Wft, de rol van AFM en DNB, financiele producten (sparen, lenen, verzekeren, beleggen), klantbelang centraal en de zorgplicht.
Daarnaast komen onderwerpen als het provisieverbod, het adviesproces, klachtenbehandeling en de basisbeginselen van de financiele markt aan bod. De toetstermen worden jaarlijks geactualiseerd door het CDFD.
Studietips voor WFT Basis
Begin met het bestuderen van de toetstermen — deze bepalen precies wat in het examen wordt gevraagd. Focus je op het begrijpen van concepten, niet op het uit je hoofd leren van definities. Het examen toetst vooral of je kennis kunt toepassen.
Oefen regelmatig met proefexamens. Op Proefexamen.nl kun je gratis oefenen met WFT Basis vragen. Door te oefenen word je vertrouwd met het type vragen en het tempo dat je nodig hebt.
Veelgemaakte fouten
Veel kandidaten focussen te veel op de kennistermen en besteden te weinig aandacht aan de vaardigheidscases. Terwijl juist die cases het verschil maken tussen slagen en zakken — ze leveren meer punten op.
Een andere veelgemaakte fout is het onderschatten van de tijdsdruk. Met 90 seconden per vraag moet je snel en accuraat werken. Oefen daarom altijd onder tijdsdruk.