WIA, WGA en IVA uitgelegd — Arbeidsongeschiktheid in Nederland

Arbeidsongeschiktheid is het kernonderwerp van het WFT-examen Inkomen. De WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) kent twee regelingen: de WGA voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten en de IVA voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten. In dit artikel leggen we het hele traject uit, van eerste ziektedag tot uitkering.

Het traject bij ziekte en arbeidsongeschiktheid

Als een werknemer ziek wordt, begint een vastgelegd traject. De eerste twee jaar betaalt de werkgever het loon door: minimaal 70% volgens de wet, maar veel cao's kennen 100% in het eerste jaar en 70% in het tweede jaar.

Tijdens deze twee jaar hebben werkgever en werknemer re-integratieverplichtingen. De bedrijfsarts stelt een probleemanalyse op. Uiterlijk in week 8 maken werkgever en werknemer een plan van aanpak. In week 42 meldt de werkgever de zieke werknemer bij het UWV. Na twee jaar volgt de WIA-beoordeling.

De WIA-beoordeling door het UWV

Na twee jaar ziekte beoordeelt het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid. Dit gebeurt aan de hand van twee criteria: wat kon je verdienen voor je ziek werd (het maatmaninkomen), en wat kun je nu nog verdienen (de restverdiencapaciteit).

Het verschil bepaalt het arbeidsongeschiktheidspercentage: - Minder dan 35% arbeidsongeschikt: geen WIA-uitkering. De werknemer valt terug op de werkgever of de WW. - 35% tot 80% arbeidsongeschikt: WGA. - 80% tot 100% arbeidsongeschikt maar niet duurzaam: WGA. - 80% tot 100% arbeidsongeschikt en duurzaam: IVA.

WGA — Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten

De WGA kent drie fases. Eerst de loongerelateerde uitkering (LGU): de eerste twee maanden 75% en daarna 70% van het laatstverdiende loon (tot het maximum dagloon). De duur hangt af van het arbeidsverleden.

Na de LGU volgt de loonaanvullingsuitkering als je minstens 50% van je restverdiencapaciteit verdient: 70% van het verschil tussen je oude en nieuwe loon. Verdien je minder dan 50%, dan krijg je de vervolguitkering: een percentage van het minimumloon.

Dit verschil maakt werkhervatting financieel aantrekkelijk — een belangrijk principe dat bij het WFT-examen wordt getoetst.

IVA — Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten

De IVA is voor werknemers die 80% of meer arbeidsongeschikt zijn en bij wie herstel niet of nauwelijks wordt verwacht (duurzaam). De uitkering bedraagt 75% van het laatstverdiende loon tot het maximum dagloon.

De IVA loopt door tot de AOW-leeftijd. Er is geen herbeoordeling tenzij het UWV verwacht dat de situatie kan verbeteren. De IVA is daarmee de meest stabiele uitkering binnen de WIA.

AOV voor zelfstandigen

Zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) hebben geen recht op WIA. Zij moeten zelf een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) afsluiten als ze hun inkomen willen beschermen.

Belangrijke kenmerken van een AOV: het verzekerd bedrag (maximaal 80% van het inkomen), de eigenrisicoperiode (30, 60, 90 of 365 dagen — langere wachtperiode = lagere premie), het criterium (passende arbeid of beroepsarbeidsongeschiktheid), en de eindleeftijd.

Bij het WFT-examen moet je de verschillende AOV-varianten kennen en klanten kunnen adviseren over de juiste dekking op basis van hun situatie.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen WGA en IVA?
WGA is voor werknemers die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn (35-80%) of volledig maar niet duurzaam. IVA is voor werknemers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn (80-100%). IVA keert 75% van het dagloon uit tot de pensioenleeftijd.
Hebben zzp'ers recht op WIA?
Nee, zzp'ers hebben geen recht op WIA. Zij moeten zelf een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) afsluiten om hun inkomen te beschermen bij ziekte of arbeidsongeschiktheid.
Direct oefenen?

Ga naar de proefexamens en test je kennis met 50 vragen per examen.

Kies een module

Gerelateerde proefexamens