De maximale hypotheek die je kunt krijgen hangt af van meerdere factoren: je inkomen, de rente, de waarde van de woning en de geldende normen. In dit artikel leggen we uit hoe de maximale hypotheek wordt berekend en welke regels erbij komen kijken.
Loan-to-income: hoeveel mag je lenen?
De loan-to-income ratio bepaalt hoeveel je maximaal mag lenen op basis van je inkomen. De NIBUD-normen schrijven voor welk percentage van je inkomen je maximaal aan woonlasten mag besteden. Dit percentage hangt af van je inkomensniveau en de hypotheekrente.
Bij hogere inkomens mag je een groter percentage van je inkomen besteden aan woonlasten. De normen worden jaarlijks aangepast door het NIBUD en zijn verplicht voor geldverstrekkers.
Loan-to-value: de waarde van de woning
De loan-to-value (LTV) ratio bepaalt hoeveel je mag lenen ten opzichte van de woningwaarde. In Nederland is de maximale LTV 100%: je mag niet meer lenen dan de waarde van de woning.
Dit was niet altijd zo — tot 2018 mocht je nog boven de woningwaarde lenen. De verlaging naar 100% beschermt huizenkopers tegen restschuld als de woningwaarde daalt.
Tweeverdieners en bijzondere situaties
Bij tweeverdieners telt het tweede inkomen volledig mee voor de berekening van de maximale hypotheek. Dit kan de leencapaciteit aanzienlijk vergroten.
Bij bijzondere situaties, zoals een ZZP-inkomen, alimentatieverplichtingen of studieleningen, gelden aanvullende regels. Een studielening verlaagt je maximale hypotheek, omdat de maandelijkse aflossing wordt meegewogen in de berekening.
Energielabel en duurzaamheid
Woningen met een gunstig energielabel (A of hoger) komen in aanmerking voor extra leenruimte. De logica is dat lagere energiekosten meer ruimte geven voor woonlasten. Ook als je energiebesparende maatregelen meefinanciert, kun je meer lenen.
Dit stimuleert de verduurzaming van woningen en is een steeds belangrijker onderdeel van het hypotheekadvies — en daarmee ook van het WFT Hypothecair Krediet examen.